Elke dag een gratis bijbeltekst in je mailbox

Bepaal zelf je ontvangsttijdstip. Kies je favoriete bijbelvertaling.


Elke dag een bijbeltekst op je smartphone

Elke dag een bijbeltekst via je sociale netwerk

H4

Romeinen 11:33

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.

-- Romeinen 11:33

Kerntekst: Rom 11:33: O diepte des rijkdoms, zowel der wijsheid als der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, hoe onnaspeurlijk Zijn wegen.

Lezen: Rom. 11:33-36

Inleiding: De hoofdstukken 9 – 11 handelen over de betekenis van Israëls val.

9:1-5:Paulus uit zijn verdriet en droefheid over de verharding van Israël, het volk, waartoe hij zelf behoort en dat het volk van Gods beloften is.
9:6-13: Verbroken zijn echter Gods beloften niet: Israëls ongeloof is niet in strijd met het woord Gods, dat duidelijk de verkiezing leert, waardoor het ware Israël wordt gevormd.
9:14-18: De verkiezing Gods is geen onrecht, maar Zijn soeverein recht.
9:19-23: Aan de soevereine wil van God heeft het schepsel zich te onderwerpen
9:24-29: Deze wil verheerlijkt zich in de roeping van de gelovigen uit de Joden en heidenen; door Gods ontferming wordt er ook een “overblijfsel”van Israël behouden.
9:30-33: Israëls verharding is niet een vervallen van Gods woord, maar veeleer in overeenstemming met de Heilige Schrift.
10:1-3: Paulus gebed is voor zijn volk. Doch hun verharding is een ernstige waarschuwing tegen alle eigengerechtigheid.
10:4-13: Israëls dwaze ijver, daar Christus het einde der wet is, en de gerechtigheid in het geloof wordt verworven.
10:14-21: Ook Israël Heeft in de geordende weg de prediking ontvangen, maar deze verworpen.
11:1-10: Toch heeft God Zijn volk, dat Hij tevoren gekend heeft, niet verstoten, doch er is een overblijfsel naar de verkiezing der genade.
11:11-16: Gods bedoeling met de verharding van het merendeel der Joden
11:17-24: Waarschuwing aan de heiden-christenen tegen zelf-verheffing.
11:25-32: Israëls val is tijdelijk, nl. totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan: zijn verharding is de weg, waarlangs de volheid der heidenen moet komen tot het heil en het (geestelijk) Israël in zijn geheel zal worden behouden.
11:33-36: Loprijzing van Gods ondoorgrondelijke wijsheid en raad, tot besluit van het onderwijzend dogmatisch gedeelte van de brief.

Korte verklaring der Heilige schrift door Dr. J.Jacobs:
De onthulling van het “mysterie”, waarvan Paulus vers 25 gewaagde, en waarop heel hoofdstuk 9-11 uitloopt, nl. van de betekenis en bedoeling van Israëls val, die gelegen is in de toebrenging der heidenen, die met de gelovigen uit de Joden het geestelijk Israël, het voorwerp van Gods ontferming zullen uitmaken, geeft Paulus ten slotte een lofprijzing in het hart en in de pen, waarmede hij de diepte van de rijkdom der wijsheid en de kennis Gods bezingt.

Enig inzicht heeft Paulus door de openbaring verkregen, door zijn prediking en ook door zijn schrijven (Hfst. 9 – 11) gegeven, in de diepte van de rijkdom en de kennis Gods; de wijsheid, waarmee Hij Zijn wegen kiest om het doel te bereiken, door Hem gesteld; de kennis, die alles in- en door- en overziet, wat nodig is en in aanmerking komt tot volvoering van Zijn raad.

Men kan ook vertalen:”O diepte des rijkdoms en der wijsheid en der kennis, en deze laatste twee genitieven, in plaats van ze te laten afhangen van “rijkdom”, met de eerste genitief “des rijkdoms”coördineren en dus afhankelijk maken van het woord “diepte”. Het schijnt ons echter beter toe te vertalen:”Diepte des rijkdoms, zowel der wijsheid als der kennis Gods”, daar in de lofprijzing het bepaaldelijk de wijsheid en de kennis Gods zijn, die verheerlijkt worden en het in de brief niet zo zeer gaat over de rijkdom, waarmee dan een rijkdom van middelen bedoeld zou moeten zijn, die God ten dienste staan om Zijn doel te bereiken.

Gods wijsheid en kennis moeten dus in haar aanbiddelijke diepte en rijkdom geëerbiedigd worden, niemand weerstreve Zijn oordelen – Maar in alle diepte er van dringt nooit een mens door ; het woord in het oorspronkelijke gebruikt, drukt dit reeds uit: Het is een afgrond; Het ondoorgrondelijke van Zijn wijsheid en raad moeten worden erkend; De door Gods Geest verlichte vorst en zoekt ook wel de diepten Gods na (1Cor 2:10), maar komt toch nooit verder dan tot kennis van de “dingen, die ons door Gods genade geschonken zijn”. (1Cor.2:12) en de diepten van Gods wezen blijven verborgen.

Calvijn:”Wanneer we gaan spreken over de eeuwige raad van God, moet altijd zowel aan ons verstand, als onze tong deze breidel (en hoofdstel waarmee een paard gemend wordt.) aangelegd worden, opdat wanneer wij sober en binnen de perken van Gods woorden gesproken hebben, onze bespreking, tenslotte uitloopt op sprakeloze verbazing”.

Paulus drukt dit uit in de woorden:”Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen”, datgene wat God als recht stelt en doet gelden. “Hoe onnaspeurlijk ( Ef.3:8 ; Job 5:9, 9:10, 34:24) Zijn wegen”, de leidingen van God in de geschiedenis van de wereld.

Overige commentaren: Dr. A.F.N.Lekkerkerker: De wegen Gods met Israël zijn wonderlijk, ondoorgrondelijk en onnaspeurlijk. Dit heil wil niet zeggen, dat wij er dus niets over zeggen kunnen. Een theologie die zich niet vergenoegt met een getuigenis omtrent onze onwetendheid, is een armzalig en onnozel geval. “Ondoorgrondelijk”wil hier zeggen dat er buiten God geen instantie is en geen maatstaf waardoor en waaraan wij het handelen van God duidelijk kunnen maken. Hij is alleen te verstaan vanuit zichzelf. De redenen tot zijn oordeel en zijn ontferming heeft Hij geheel aan zichzelf ontleend. Hij is de in vrijheid liefhebbende, geeft geen rekenschap van zijn daden, maar openbaart ze aan ons en maakt ze aan ons bekend in het evangelie:”Hij is zoals Hij is” Hij is vrij in Zichzelf!

Aan de mens is het gegeven Hem als zo een god te geloven en te belijden. Het geheimenis en de schoonheid van zijn machtige daden te bewonderen en te verstaan. De mens mag er dus wel iets over zeggen, altijd onder de voorwaarde dat hij er niet geheel over zwijgen zal. zijn theologie beweegt zich tussen zwijgen en spreken. De beste vorm daarvan is aanbidding in het lied.

Het woord “diepte”in de tekst is uitdrukking voor de ondoorgrondelijkheid en de onmetelijkheid van Gods ontferming. Het woord diepte en de woorden “wijsheid en kennis”zijn in de eeuwen hierna door mystici, gnostici (Gnosis duidt op mystieke, geheime – in de betekenis van “verborgen” – kennis ) en existentietheologen (Het existentialisme beschouwt iedere persoon als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot en maakt zich dus lot van God) onder handen genomen, die er een dieptedimensie van maakten en meenden een beter Godsbegrip te kunnen geven dan ons door de Schrift wordt geboden.

Mijn conclusie: Het is niet makkelijk om deze tekst in een paar woorden of zinnen zelfs redelijk te omschrijven. Het impliceert wel een aanvaarden dat God vanuit Zijn onbeschrijfelijke ontferming, Israël nog steeds aan Zijn belofte houdt om voor dit volk te zorgen, zelfs als zij zich van Hem afkeren en Hem verwerpen. Het is aan ons of we willen verklaren of accepteren dat God zoveel groter is dan ons en in Zichzelf soeverein is en geen verantwoording hoeft te geven aan ons omtrent zijn handelen. Pas dan kunnen we loskomen van onszelf en Hem ten volle danken voor wie Hij is: Namelijk vol van “rijkdom”, “wijsheid”en “kennis”.

Mijn gebed:
Ik kan U op dit moment alleen maar danken in het besef dat U soeverein bent, vol ontferming bent en Uw beloftes gestand doet naar Uw volk. Dank U dat U degene bent die alles in zijn hand heeft en vol liefde is voor ons en Uw volk. Amen.

Klaas Roorda | 11 februari 2013 | 10:15 | d559f3

-cut-

Ed | 11 februari 2013 | 12:33 | 8fc856

Reacties gesloten